Terug
RapportnummerRA-2004-42
TitelPilootonderzoek naar determinanten voor het al dan niet aanschaffen en gebruiken van verhogingskussens voor kinderen tussen de 4 en 12 jaar
Ondertitel
AuteursLara Vesentini
Rob Cuyvers
UitgaveSteunpunt Verkeersveiligheid 2002-2006
Aantal pagina's62
Datum30/09/2004
ISBN
Taal van het documentNederlands
Partner(s)PHL
WerkpakketAndere: Gedrag
Samenvatting

Om het aantal (dodelijk) gewonde kinderen als passagier in de auto te verminderen is het aangewezen om aangepaste beveiligingsmiddelen te gebruiken, want het is bewezen dat deze middelen effectief zijn in het voorkomen van dood en letsel bij kinderen. Er bestaan verschillende soorten beveiligingsmiddelen, afhankelijk van gestalte, leeftijd en gewicht van het kind. Het is dan ook belangrijk dat elk kind beveiligd is conform zijn gestalte, leeftijd en gewicht. Uit enkele Amerikaanse onderzoeken blijkt echter dat ouders vaak niet het juiste beveiligingsmiddel gebruiken, dit niet correct gebruiken of soms helemaal niet gebruiken. Kinderen blijken bijvoorbeeld minder vaak te worden vastgezet naarmate zij ouder worden. Dit pilootonderzoek richt zich dan ook op het oudere kind dat minder wordt vastgezet en waarvan wordt aanbevolen het op een verhogingskussen te plaatsen. Aan ouders van kinderen tussen 4 en 12 jaar wordt gevraagd waarom zij geen verhogingskussen hebben aangeschaft of, indien wel aangeschaft, waarom zij dit beveiligingsmiddel niet (altijd) gebruiken. Tevens wordt gevraagd of, al dan niet in combinatie met het verhogingskussen, ook de veiligheidsgordel wordt gebruikt. Aan de hand van een semi-gestructureerde vragenlijst zijn acht ouders geïnterviewd, waarbij een onderscheid is gemaakt tussen ouders die niet in het bezit zijn van een verhogingskussen en ouders die wel in het bezit zijn (geweest) van een verhogingskussen. De resultaten van de interviews worden besproken aan de hand van drie categorieën van factoren: voorbereidende factoren, in staat stellende factoren en bekrachtigende factoren. Uit dit onderzoek komt naar voren dat het tekort aan verhogingskussens of het moeten omzetten van het verhogingskussen van de ene auto naar de andere auto aanleidingen zijn om het verhogingskussen niet altijd te gebruiken. Tevens blijkt dat ouders onvoldoende weten over het gebruik van verhogingskussens, terwijl zij vermoedelijk wel in de veronderstelling zijn dat zij het verhogingskussen correct gebruiken. Veel ouders denken bijvoorbeeld dat vanaf ongeveer 7 jaar kinderen groot genoeg zijn om enkel met de veiligheidsgordel vast te zitten. Ook denken sommige ouders dat kinderen vanaf een leeftijd van 2-3 jaar al op een verhogingskussen gezet kunnen worden. Tevens wordt nog regelmatig de schoudergordel onder de arm of achter de rug van het kind gestopt omdat deze nog in de hals snijdt en wordt het verhogingskussen niet altijd vanuit veiligheidsoverwegingen gebruikt. De ouders geven zelf ook aan geen informatie te hebben over het gebruiken van een verhogingskussen en niet te weten wat er wordt aanbevolen hieromtrent. Tot slot blijkt uit deze studie dat kinderen vaak zelf vanaf een jaar of 7 niet meer op het verhogingskussen willen zitten. Ouders geven dan toe aan de wens van hun kinderen, waardoor het verhogingskussen niet meer wordt gebruikt. Omdat de resultaten van een beperkte en niet representatieve groep afkomstig zijn, zijn de afgeleide conclusies en aanbevelingen niet te generaliseren naar de Vlaamse bevolking. Een kwantitatief vervolgonderzoek is nodig om de resultaten van deze studie al dan niet te bevestigen, zodat aanbevelingen op Vlaams niveau kunnen worden gedaan. De conclusies van dit onderzoek kunnen als hypothesen worden beschouwd voor het vervolgonderzoek. Tevens is het van belang om observaties uit te voeren zodat het gebruik in Vlaanderen van verhogingskussens en andere typen beveiligingsmiddelen, uitgesplitst naar leeftijd van de kinderen, kan worden bepaald. Indien het gebruik van beveiligingsmiddelen, uitgesplitst naar leeftijd, kan worden vastgesteld, dan kan ook de mogelijk te behalen ‘winst’, uitgedrukt in het aantal kinderen dat niet (op een correcte wijze) wordt beveiligd, worden bepaald.

DownloadPDF icon RA-2004-42.pdf
Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito