Werkpakket 5: Ranking en evaluatie van maatregelen

De doelstelling van dit werkpakket bestaat erin om verschillende verkeersveiligheidsmaatregelen te evalueren en een rangschikking op te stellen van maatregelen die door het brede publiek geaccepteerd worden. Op die manier dragen ze bij aan de vooropgestelde verkeersveiligheidsdoelstellingen in Vlaanderen en zorgen ze er tegelijkertijd voor dat de beschikbare middelen op de best mogelijke manier worden aangewend. We beschouwen drie grote categorieën van verkeersveiligheidsmaatregelen: handhaving (publieke en private), infrastructurele maatregelen en educatieve sensibiliseringscampagnes. Daarnaast introduceren we het concept ‘amenability to treatment’ (of vrij vertaald: de opportuniteit tot het nemen van een bepaalde maatregel) teneinde beleidsmakers te ondersteunen in het besluitvormingsproces.
 

Contactpersoon: Prof. dr. Tom Brijs 
 

Project 5.1: Efficiëntie van verkeersveiligheidshandhaving

In dit project ligt de focus op handhaving. In België worden de inkomsten van verkeersboetes toegewezen aan politiezones op basis van vastgelegde criteria. Elke politiezone kan deze inkomsten gebruiken voor wel afgeleide taken. Voor sommige prioritaire acties zijn extra fondsen beschikbaar. Dit project tracht een antwoord te zoeken op de volgende concrete vragen gerelateerd aan het efficiënt gebruik van deze middelen:
 
 
 

  • Wat is de meest efficiënte allocatie van de inkomsten uit verkeersboetes over de verschillende politiezones en de verschillende taken?
  • Is er een rol weggelegd voor private handhaving in een efficiënt verkeersveiligheidsbeleid?
     

Contactpersoon: Prof. dr. Stef Proost 
 

Project 5.2: Amenability to treatment

De opportuniteit tot het nemen van een bepaalde maatregel is de focus van dit project. We stellen een algemeen kader voor om een keuze te maken uit verschillende verkeersveiligheidsmaatregelen. Ten eerste wordt de omvang van het verkeersveiligheidsprobleem gemeten en de publieke aanvaarding om er iets aan te doen. Dit kan gebruikt worden om te beslissen of men een specifiek verkeersveiligheidsprobleem wenst aan te pakken of niet. Ten tweede, wanneer dit antwoord positief is, kan het concept ‘amenability to treatment’ helpen om te bepalen welke maatregelen het meest aangewezen zijn. Daarbij worden drie belangrijke elementen in overweging genomen:
 

  • Effectiviteit: in hoeverre leidt een maatregel tot de vooropgestelde doelen?
  • Publieke aanvaarding: wordt de maatregel ondersteund door de bevolking en zijn ze bereid hem te accepteren?
  • Kosten: wat is de kostprijs van de maatregel?

 
We integreren de beschikbare expertise over deze drie elementen en stellen een bruikbaar evaluatiekader voor dat toelaat om op een eenvoudige manier de sterktes en zwaktes van specifieke maatregelen te evalueren.
 

Contactpersoon: dr. Stijn Daniels 
 

Project 5.3: Impact van infrastructurele verkeersveiligheidsmaatregelen op verkeersveiligheid

Heel wat inspanningen worden genomen om de Vlaamse weginfrastructuur te verbeteren om zo de verkeersveiligheid te verhogen. Echter, het is niet altijd goed geweten wat precies de effecten op de verkeersveiligheid zijn van deze genomen infrastructuurmaatregelen. Ex-post evaluatie van infrastructurele ingrepen is daarom noodzakelijk om eventuele bijsturingen van maatregelen te kunnen doen en om lessen te trekken naar de toekomst. Bovendien kunnen ex-ante en ex-post evaluatie helpen om na te gaan of de beschikbare middelen efficiënt ingezet worden, rekening houdend met de beleidsdoelen die men heeft vooropgesteld. In dit project zullen we daarom wijzigingen in de weginfrastructuur en het beheer ervan evalueren in termen van hun effectiviteit en de kosten en baten voor het geheel van de Vlaamse gemeenschap. Waar relevant zullen we aandacht hebben voor de ruimere netwerkeffecten van lokale maatregelen die kunnen ontstaan wanneer lokale maatregelen leiden tot herroutering van verkeer naar andere delen van het netwerk.
 

Contactpersoon: Prof. dr. Chris Tampère 
 

Project 5.4: Meten is weten: evaluatie van de effectiviteit van educatieve sensibiliseringsprogramma’s

Dit soort programma’s hebben recent in aandacht gewonnen onder de impuls van de ruimere verspreiding van de Goals for Driving Education (GDE) matrix. Ze focussen op hogere orde vaardigheden en spitsen zich toe op de motivationele aspecten van rijgedrag. Echter, ondanks hun toenemende populariteit (ook in Vlaanderen) is er weinig geweten over hun effectiviteit. Het is daarom aangewezen om een evaluatie van dit soort programma’s uit te voeren zoals ook aangegeven in de beleidsnota Mobiliteit en Openbare Werken 2009-2014 (Vlaams Parlement, 2009) teneinde hun meerwaarde in te kunnen schatten. In dit project wordt voorgesteld om het Vlaamse educatieve sensibiliseringsprogramma ‘Verkeersgetuigen’ te evalueren. Verkeersgetuigen is een educatief programma gericht op scholen waarbij verkeersslachtoffers getuigen over hun ervaringen. Het resultaat is een effectevaluatie op basis waarvan beleidsaanbevelingen kunnen opgesteld worden om bestaande of nieuwe educatieve programma’s te verbeteren.
 

Contactpersoon: dr. Kris Brijs 
 

Lijn

Missie

Het Steunpunt Verkeersveiligheid voert in opdracht van de Vlaamse overheid beleidsondersteunend wetenschappelijk onderzoek uit over verkeersveiligheid. Het Steunpunt

Verkeersveiligheid is een samenwerkingsverband tussen de Universiteit Hasselt, de KU Leuven en VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.

Partners

Leuven vito